Kenniscentrum  Informatie hoogsensitief, kennis hoog sensitief kind, info beelddenken

Hieronder tref je informatie aan over hoogsensitieve kinderen en over beelddenken (wat vaak samen gaat).

 

Wat is hoog sensitiviteit?

Hoog sensitiviteit is een karaktereigenschap. Je wordt ermee geboren. Net zoals de één geboren wordt met veel muzikale aanleg, worden anderen geboren met een fijngevoelig zenuwstelsel, waardoor prikkels uit de omgeving een diepere indruk maken en ze meer tijd en rust nodig hebben om deze te verwerken. Hoog sensitiviteit kan als een last of kwaliteit ervaren worden, afhankelijk van de manier hoe ermee wordt omgegaan door ouders, leerkrachten en het kind zelf.

Hoog sensitiviteit is geen aandoening of diagnose! Noch is het bedoeld om een kind te labelen. Er is wel inzicht nodig in wat het in de dagelijkse praktijk van een kind inhoudt om hooggevoelig te zijn. Daarom ontkomen we er niet aan om het een ‘naam’ te geven. Door deze eigenschap bij je kind te herkennen en goed te begrijpen wat het inhoudt, zal je je kind beter begrijpen en daardoor ben je automatisch in staat je kind beter te begeleiden.

Hoog sensitieve kinderen zijn met andere woorden heel gewoon fijn gevoelig!

Blije, springende jongen en meisje. Hoog sensitief is heel gewoon fijn gevoelig!

Herkenning hoog sensitieve kinderen

Alle kinderen zijn uniek, ook hoog gevoelige kinderen. Een paar punten waaraan je een hoog sensitief kind kan herkennen, zijn:

  • Een scherp gehoor en schikken van plotselinge harde geluiden
  • Emoties intens ervaren
  • Gevoelig voor labeltjes in de kleding en naatjes in de sokken
  • Zich snel zorgen maken & meer piekeren
  • Tijd nodig om aan nieuwe situatie te wennen
  • Diepzinnige vragen stellen en veel waarom-vragen
  • Heel goed geheugen
  • Het aanvoelen van stemmingen en de sfeer
  • Soms zwaarder op de hand

Blije, springende jongen en meisje. Hoog sensitief is heel gewoon fijn gevoelig!
Wil je meer weten over hoog sensitieve kinderen? Heb je behoefte aan bevestiging of je kind hoog sensitief is? Dan is de
 Mini-cursus Begrijp hoog sensitieve kinderen wat voor jou!


Een filmpje over een hoogsensitief meisje uit België

Hoog sensitieve kinderen thuis

 

Als hoog sensitieve kinderen zich veilig en ontspannen voelen zijn het vaak hele sociale, lieve en creatieve kinderen. Voelen ze zich echter onveilig of zijn ze overprikkeld, dan kunnen ze bijvoorbeeld heel onrustig worden, snel afgeleid zijn, slaapproblemen hebben of heel dromerig zijn.

Dagelijkse uitdagingen waar ouders en verzorgers zoal tegen aan kunnen lopen bij de opvoeding van een hoog gevoelig kind:

  • Logische handelingen uitvoeren binnen bepaalde tijd, zoals tandenpoetsen, eten en aankleden. Dit kan vaak heel veel tijd kosten bij hoog sensitieve kinderen.
  • Feestdagen, zoals verjaardagen, Sinterklaas en Kerst. Dit zijn vaak extra spannende en hectische gebeurtenissen voor hoog gevoelige kinderen.
  • Veranderingen, zoals een nieuw broertje of zusje of een verhuizing. Maar ook een nieuwe kast in de woonkamer kan een verandering zijn waaraan een hoog gevoelig kind moet wennen.
  • Eigengereidheid of eigen-wijsheid. Vaak hebben hoog gevoelige kinderen een hele uitgesproken mening of ideeën. Zo zijn er hoog sensitieve kinderen die op zeer jonge leeftijd al precies weten welke kleding zij wel willen dragen en welke niet.
  • Heftige ontladingen. Als het kind overladen is door te veel of zeer heftige indrukken, dan kan zich dat uiten een heftige ontladingen in de vorm van huilbuien of woede-aanvallen. Dit gebeurt in de meeste gevallen daar waar ze zich het veiligst voelen; thuis.
  • Slaapproblemen. Moeite hebben met (alleen) in slaap te vallen, moeite hebben met (alleen) doorslapen, zeer vroeg wakker zijn.
  • Diepzinnige en veel waarom-vragen.

 

Herken je je kind hierin? Voor jou biedt Praktijk Eigentijdse Kinderen het volgende aan:

 


Vragenlijst. Test hier of je kind hoog sensititief of hoog gevoelig is
Vul de vragenlijst in

Vul hieronder bij Test hoog sensitieve kinderen de vragenlijst in om een indruk te krijgen of je kind hoog sensitief is.

Hoog sensitieve kinderen op school

Als hoog sensitieve kinderen zich veilig voelen in de klas en het onderwijs sluit aan op hun meestal visuele leersysteem (beelddenken), dan zijn het over het algmeen goede, vlotte en leergierige leerlingen. Voelen ze zich echter onveilig of het onderwijs sluit niet aan, dan komt er vaak niet uit wat erin zit, zijn ze onzeker of lijken ze ongeïnteresseerd.

Uit het onderzoek van Elaine Aron blijkt dat één op de vijf mensen hoog sensitief is. Dit betekent dat in een klas of groep van 25 kinderen er gemiddeld 5 hoog sensitief zijn. Helaas wordt deze eigenschap vaak niet herkent en worden deze kinderen als verlegen en angstig bestempeld (terwijl ze eerder behoedzaam zijn) of juist als hyperactief en te druk (wat vaak veroorzaakt wordt door overprikkeling).

Uitdagingen waar hoog gevoelige kinderen in het onderwijs, op de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf zoal tegenaan kunnen lopen:

  • Vrij spelen, de gymles en buiten spelen. Voor veel hoog sensitieve kinderen zijn dit situaties die ze als chaotisch en druk ervaren. Daarom staan ze vaak eerst op een afstandje te observeren.
  • Moeite met automatiseren op school, zoals de tafels uit het hoofd leren.
  • Bij toetsen (onder tijdsdruk) en dictees is er geregeld sprake van onderpresteren en komt er niet uit wat ‘erin’ zit.
    Kinderen met een voorkeur voor het visuele leersysteem (beelddenkers) gaan soms radend lezen om te maskeren dat ze een talige instructie niet goed meegekregen hebben of om hun onzekerheid te verbloemen.
  • Rekenproblemen.
  • Faalangst en onzekerheid.
  • Schoolreisjes en kamp. Deze uitstapjes zijn voor veel kinderen spannend, maar een hoog gevoelig kind kan er dagen, weken of zelfs maanden van tevoren al wakker van liggen.

 

Herken je je kind hierin? Voor jou biedt Praktijk Eigentijdse Kinderen het volgende aan:

Hoog sensitieve baby's

Herkenning hoogsensitiviteit bij baby’sBaby met serieuze blik. Een hoog sensitieve baby met nadenk-frons
Er is geen feilloze manier om hoogsensitiviteit bij baby’s te herkennen. Vaak voelen of weten de ouders het zelf wel, zeker als ze meer over deze karaktereigenschap weten. Een aantal aanwijzingen die op hoogsensitiviteit bij een baby kunnen duiden:

  • Nadenkende blik van hoog sensitieve baby
  • Bepaalde oplettend-/alertheid van de baby: grote ogen en alerte blik. De baby lijkt alles in de gaten te hebben, observeert veel en wordt graag rechtop gehouden, zodat het goed om zich heen kan kijken.
  • Meer huilen. Sommige gevoelige baby’s zijn meteen al ‘reactief’. Dat wil zeggen dat ze sneller huilen bij sterke prikkeling. Hoog sensitieve baby’s ervaren te veel warmte, kou, een natte luier, honger of harde geluiden heel intens en kunnen dit uiten door te huilen. Daarnaast is de juiste dosering van activiteit en aandacht belangrijk, want te veel activiteit kan tot overprikkeling leiden. Aan de andere kant hebben ze ook prikkels nodig en kunnen ze bij te weinig activiteit en aandacht ook gaan huilen. Tenslotte is het zo dat hoog sensitieve baby’s de stemming en emoties van de ouders heel goed aanvoelen en deze kunnen spiegelen.
    Nadenkende blik, ogen van een oude ziel. Als je in de ogen van bepaalde baby’s kijkt, zie je een bepaalde wijsheid. Ook kunnen sommige hoog sensitieve baby’s vaak een diepe ‘nadenkfrons’ op het voorhoofd hebben en je aankijken met een blik van ‘Wat doe ik hier?’ of ‘Wat gebeurt er allemaal?’
  • Slaapproblemen. Hoog sensitieve kinderen kunnen meer problemen hebben met inslapen of doorslapen.
  • Voedselallergieën. Hoog sensitieve baby’s hebben vaker een voedselallergie. Bij baby’s kunnen eczeem en darmproblemen signalen zijn van een koemelkallergie.

Heb jij als ouder of opvoeder vragen over je baby, zoals

  • Wat kan je doen om overprikkeling te beperken?
  • Hoe word je een ontvankelijke en afgestemde ouder?
  • Wat te doen als een baby huilt? Hoe help je de baby zich te ontladen en hoe ga je daar zelf als ouder mee om?
  • Hoe ga ik in de dagelijkse praktijk met een voedselallergie om?
  • Spiegelt mijn gevoelige baby mijn emoties? Wat kan ik daaraan doen?
  • Waarom is praten met je baby zo belangrijk?

Consult
In een persoonlijk of telefonisch consult kan je met al je vragen over jouw hoog sensitieve baby terecht en krijgt je praktische tips en handreikingen. Voor een afspraak of vragen kan je contact opnemen via info@eigentijdsekinderen.nl of 06-51048476.

Test hoog sensitieve kinderen

Is je kind hoog sensitief?

Onderstaande vragenlijst is samengesteld door Elaine Aron. Zij is een Amerikaanse psychotherapeute en universitair docent psychologie, die wetenschappelijk onderzoek heeft gedaan naar hoog sensitiviteit.

Vragenlijst. Test hier of je kind hoog sensititief of hoog gevoelig isJe kan de vragenlijst invullen om een indruk te krijgen of je kind hoog gevoelig is. Beantwoord de vragen met een ‘ja’ als de vraag in ieder geval enigszins voor je kind opgaat of gedurende een aanzienlijke periode in het verleden opging. Antwoord met ‘nee’ als het niet speciaal of helemaal niet opgaat voor je kind.

Vragenlijst
1. Mijn kind schrikt snel.
2. Mijn kind heeft last van kleren die kriebelen, naden in sokken of kledingmerkjes tegen zijn/haar huid.
3. Mijn kind houdt over het algemeen niet van grote verrassingen.
4. Mijn kind leert meer van een vriendelijke terechtwijzing dan van een strenge straf.
5. Mijn kind lijkt mijn gedachten te kunnen lezen.
6. Mijn kind gebruikt moeilijke woorden voor zijn/haar leeftijd.
7. Mijn kind ruikt elk vreemd geurtje.
8. Mijn kind heeft een scherpzinnig gevoel voor humor.
9. Mijn kind lijkt zeer intuïtief.
10. Mijn kind is moeilijk in slaap te krijgen na een opwindende dag.
11. Mijn kind heeft moeite met grote veranderingen.
12. Mijn kind wil zich verkleden als zijn/haar kleren nat of zanderig zijn geworden.
13. Mijn kind stelt veel vragen.
14. Mijn kind is een perfectionist.
15. Mijn kind heeft oog voor het verdriet van anderen.
16. Mijn kind houdt meer van rustige spelletjes.
17. Mijn kind stelt diepzinnige, beschouwende vragen.
18. Mijn kind is zeer gevoelig voor pijn.
19. Mijn kind kan slecht tegen een luidruchtige omgeving.
20. Mijn kind heeft oog voor detail (iets dat van plaats veranderd is, een verandering in iemands uiterlijk)
21. Mijn kind kijkt eerst of het veilig is alvorens ergens in te klimmen.
22. Mijn kind presteert het best wanneer er geen vreemden bij zijn.
23. Mijn kind beleeft de dingen intensief.


Score

13 – 23 keer Ja
Je kind is waarschijnlijk hoog sensitief.
Herkent je jouw kind hierin? Praktijk Eigentijdse Kinderen biedt je het volgend aan:

0 – 12 keer Ja
Je kind is waarschijnlijk niet hoog sensitief. Als een aantal stellingen echter in extreme mate voor uw kind geldt, kan hij of zij toch hoog gevoelig zijn. Als ouder of verzorger kan je dat zelf het beste beoordelen.

Wat is beelddenken?

Wetenschappelijk onderzoek heeft het bestaan van twee leersystemen aangetoond: het verbale leersysteem (taaldenken) en het visuele leersysteem (beelddenken). Iedereen wordt als beeldenker geboren, maar vanaf het vierde jaar krijgt het geheugen van kinderen de voorkeur voor één van deze systemen. Als iemand voor 60% of meer in beelden en gebeurtenissen denkt, dan is het visuele leersysteem dominant en spreken we over een beelddenker.

Meisje en meisje. Ene kind denkt in woorden en ander kind denkt in beelden.

Beelddenken is een hele creatieve, drie-dimensionale manier van denken, waarbij in beelden en gebeurtenissen gedacht wordt. Het is ook een razend snelle manier van denken : er kunnen wel 32 plaatjes per seconde voorbij flitsen, daar waar een taaldenker 2 woorden per seconde denkt.

Als een taaldenker aan een poes denkt, ziet hij vaak de letters P-O-E-S voor zich. Een beelddenker ziet niet alleen een poes voor zich, maar ‘ervaart’ een poes: hij stelt zich levendig voor hoe zacht de vacht voelt, hoe het spinnen klinkt, hoe de kattenbak ruikt en hoe leuk of juist vervelend hij een poes vindt. Ook eigen ervaringen met poezen springen als ‘pop-ups’ naar voren, inclusief de bijbehorende emoties. Vervolgens kan zo’n herinnering weer een andere herinnering aanroepen en kan een ‘kettingreactie’ aan associaties ontstaan. Het kind kan hierdoor makkelijk afgeleid of ongeconcentreerd overkomen, maar in feite is het heel veel informatie aan het verwerken!

Beelddenken en het breinLinkerhersenhelft en rechterhersenhelft. Beelddenkers hebben een sterk ontwikkelde rechterhersenhelft. De rechterbrein is sterk visueel holistisch ingesteld
Het rechterbrein is bij beelddenkers sterker ontwikkeld dan de linker hersenhelft. Dat betekent dus dat ze vaak getalenteerd zijn in de eigenschappen die bij de rechterhersenhelft horen, zoals creativiteit, intuïtief, out of the box denken, ruimtelijk inzicht etc. Bepaalde talenten van het linkerbrein (o.a. analystisch denkvermogen, planning, taal) zijn vaak minder goed ontwikkelt bij visuele leerlingen.

Helaas hecht onze maatschappij over het algemeen meer waarde aan deze kwaliteiten. Daarnaast hebben visuele leerlingen niet zelden moeite om mee te komen in het overwegend talige onderwijssysteem. Vaak hebben de kinderen (en leerkrachten) niet in de gaten wat de oorzaak van het onderpresteren is en gaan daarom twijfelen aan zichzelf. Onzekerheid, een negatief zelfbeeld of zelfs faalangst kan het gevolg zijn.
Door aan te sluiten op hun visuele manier van denken en leren, groeit hun zelfvetrouwen en zetten we deze kinderen weer terug in hun kracht!

Wie denken er vaak in beelden?
Iedereen start zijn leven als beelddenker!! Immers, als baby ervaren we de wereld volledig via onze zintuigen (rechterbrein) en beheersen we nog geen taal en analytisch denkvermogen (linkerbrein). Hoofdzakelijk onder invloed van het talige onderwijssysteem vindt er bij veel kinderen vanaf 4 jaar een verschuiving plaats van het primaire denksysteem naar het secundaire denksysteem: het taaldenken. Er zijn echter kinderen die voorkeur blijven houden voor het denken in beelden.

In de praktijk zien we dat veel hoog sensitieve kinderen denken in beelden, evenals hoog begaafden kinderen, kinderen met dyslexie, dyscalculie, ADHD, ADD of een vorm van autisme (PDD-NOS).
Hoe herken je beelddenken?

Denken in beelden is een grote kwaliteit! Het onderwijssysteem is echter overwegend gericht op taaldenkers en het ontwikkelen van de kwaliteiten van onze linkerbrein: de cognitie. Dit maakt dat visuele leerlingen tegen diverse problemen aan kunnen lopen, zoals:

  • Moeite met taal
    Opgeslagen boek met plaatjes erboven. Lezen en schrijven is voor beelddenkers moeilijker, omdat zij in beelden denken.Tijdens het lezen zetten visuele leerlingen woorden automatisch om naar een beeld. Daarom lezen veel beelddenkers ook langzamer (hardop). Concrete woorden zijn goed te visualiseren, zoals tafel, huis, poes, fietsen, maar abstracte woorden kunnen problemen opleveren. Daarnaast hebben veel beelddenkers moeite met spellen en spiegelen vaak letters. Na de training ‘Ik leer anders’ is in de meeste gevallen direct een verbetering merkbaar in het hardop lezen (1 of 2 AVI-niveaus) en het maken van dictees.
  • Moeite met rekenen
    De ‘Ik leer anders’ training leert je rekenen vanuit het totaalbeeld en tafels worden visueel opgeslagen. Door aan te sluiten op het visuele leersysteem wordt zelfs het rekenen met breuken eenvoudig!
  • Ander tijdsbesef
    Goed plannen is typisch een kwaliteit van het analytische linkerbrein. Veel visuele leerlingen zijn hier dan ook niet zo goed in en lijken vaak een heel ander tijdsbesef te hebben. Bij de ‘Ik leer anders’ training leert het visuele kink klok kijken en krijgt het tips om om te leren gaan met de ‘strijd tegen de tijd’.

Hoe help je een beelddenker?
Als bij een visuele leerling op school er niet uit komt wat erin zit, dan kan Ik leer anders+ uitkomst bieden. Deze training, die uit gemiddeld uit 4 of 5 sessies bestaat, maakt juist gebruik van de talenten van beelddenkers: het visualiseren en de holistische kijk (totaalbeeld).


Bekijk ook

  • Ik leer anders+ voor beelddenkers
  • Vertaalslag ‘Ik leer anders’ naar de klas voor scholen
  • Cursussen over beelddenken en/of hoog sensitieve kinderen voor scholen
Test beelddenken

Vragenlijst. Test hier of je kind een beelddenker is
Onderstaande vragenlijst geeft je een indruk of je kind mogelijk de voorkeur heeft voor het visuele leersysteem.

Vragenlijst

  1. Kan uw kind goed puzzelen?
  2. Houdt uw kind veel van de TV en/of spelcomputer?
  3. Speelt uw kind graag met constructiespeelgoed (Lego e.d.)?
  4. Heeft uw kind een levendige verbeelding, waardoor het op kan gaan in zijn/haar fantasiewereld?
  5. Wordt uw kind makkelijk afgeleid?
  6. Moet u instructies vaak herhalen voordat taken worden uitgevoerd?
  7. Heeft uw kind laat leren lopen?
  8. Wiebelt uw kind veel?
  9. Geldt voor uw kind: eerst doen en dan pas denken?
  10. Is uw kind overweldigend aanwezig op verjaardagen en in pretparken, na eerst de kat uit de boom te hebben gekeken?
  11. Denkt uw kind erg zwart-wit?
  12. Is uw kind erg perfectionistisch, die niet graag faalt (gevoelig voor kritiek)?
  13. Wint uw kind graag en is het een slechte verliezer?
  14. Herinnert uw kind zich gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
  15. Heeft uw kind problemen met het vasthouden van een pen, slecht handschrift?
  16. Heeft uw kind een allergie, last van astma of veel oorontstekingen (gehad)?
  17. Heeft uw kind een goed gevoel voor humor (creatieve woordspelingen)?
  18. Moeten de etiketten uit kleding geknipt worden? Draagt uw kind graag zachte stoffen en heeft hij/zij bijvoorbeeld een hekel aan harde knoopjes?

Score
Als je 10 van de bovenstaande vragen met ‘ja’ beantwoord heeft, dan heeft je kind waarschijnlijk de voorkeur voor het visuele leersysteem. Oftewel: je kind is waarschijnlijk een beelddenker.
Deze lijst benadrukt met name de drukke kant van beelddenkers. Er zijn daarentegen ook veel visueel ingestelde kinderen die juist rustig zijn. Ieder mens is uiteraard anders en uit zich ook anders.

Bron: vragenlijst van Linda Silverman uit het boek ‘Upside-Down Brilliance: The Visual-Spatial Learner’

Er is ook een andere observatielijst waarmee je (het type) beelddenkers kan herkennen. Wil je deze ontvangen, stuur dan een mail naar info@eigentijdsekinderen.nl.

Bekijk ook

 

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek naar hoog sensitiviteit

Elaine Aron heeft als eerste wetenschappelijk onderzoek gedaan naar hoog sensitiviteit. In 1997 publiceerde ze haar eerste artikel over haar onderzoek waarin is aangetoond dat hoogsensitiviteit niet hetzelfde is als introversie, verlegenheid of neuroticisme. Maar helemaal nieuw zijn haar ontdekkingen niet, want Carl Jung had het in zijn tijd ook al over gevoeligheid als onderdeel van de persoonlijkheid van iemand!

Vervolgens heeft Aron in de VS 7 verschillende soorten wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar hoog sensitiviteit. Hieruit is o.a. gebleken dat 15 tot 20% van alle mensen (kinderen en volwassenen) met een heel fijngevoelig zenuwstelsel geboren wordt en dus hoog gevoelig is.
Zij heeft ook de ‘Highly Sensitive Person Scale’ (HSP-schaal) ontwikkeld (klik hier om deze schaal voor kinderen in te vullen). Niet alleen uit haar onderzoek (1997, 2005) maar ook uit onderzoek van anderen (o.a. Liss (2005), Smolewska (2006) en – in Nederland – Walda (2007)) blijkt dat dit een betrouwbaar instrument is om hoogsensitiviteit te meten.
Universitair hoofddocent Psychologie aan de Radbout Universiteit in Nijmegen Anna Bosman vindt dat het onderzoek van Aron voldoende is onderbouwd en erkent het bestaan van hoogsensitiviteit.

Bij de Training ‘Coach Eigentijdse Kinderen’ komen ook veel inzichten en onderbouwingen afkomstig uit wetenschappelijk onderzoek aan bod.

Hieronder volgt een lijst met wetenschappelijk literatuur over dit onderwerp, informatieve boeken (die van Aron met wetenschappelijke basis) en afstudeerscripties. Verder kunt u ook de websites van Anna Bosman en Vereniging Hooggevoelig Nederland raadplegen.

Wetenschappelijke artikelen
Aron, E. N. (1996). Counseling the highly sensitive person. Counseling and Human Development, 28(9), 1-7.

Aron, E. N. (2000). High sensitivity as one source of fearfulness and shyness. In L. A. Schmidt & J. Schulkin (Eds.), Extreme fear, shyness, and social Phobia: Origins, biological mechanisms, and clinical outcomes (pp. 251-272). New York: Oxford University Press.

Aron, E. N. (2004). Revisting Jung’s concept of innate sensitiveness. Journal of Analytical Psychology, 49, 337-367.

Aron, E. N. (2004). The impact of adult temperament on closeness and intimacy. In D. J. Mashek & A. A. Aron (Eds.), Handbook of closeness and intimacy (pp. 267-286). Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.

Aron, E. N., & Aron, A. (1997). Sensory-processing sensitivity and its relation to introversion and emotionality. Journal of Personality and Social Psychology, 73, 345-368.

Aron, E. N., Aron, A., & Davies, K. M. (2005). Adult shyness: The interaction of temperamental sensitivity and an adverse childhood environment. Personality and Social Psychology Bulletin, 31, 181-197.

Aron, A., Ketay, S., Hedden, T., Aron, E. N., Markus, H. R., & Gabrieli, J. D. E. (2010). Temperament trait of sensory processing sensitivity moderates cultural differences in neural response. Social Cognitive and Affective Neuroscience, 5, 219-226.

Bakermans-Kranenburg, M.J., & van IJzendoorn, M.H. (2011). Differential susceptiblty to rearing environment depending on dopamine-related genes: New evidence and a meta-analysis. Development and Psychopathology, 23, 39-52. DOI:10.1017/S0954579410000635

Benham, G. (2006). The highly sensitive person: Stress and physical symptom reports. Personality and Individual Differences, 40, 1433-1440.

Dunn, W. (1997). The impact of sensory processing abilities on the daily lives of young children and their families: A conceptual model. Infants and Young Children, 9(4), 23-35.

Ellis, B.J., & Boyce, W.T. (2009). Biological sensitivity to context. Current Directions in Psychological Science, 17, 183-187. DOI:10.1111/j.1467-8721.2008.00571.x

Ellis, B.J., Boyce, W.T., Belsky, J., Bakermans-Kranenburg, M.J., & van IJzendoorn, M.H. (2011). Differential susceptibility tot the environment: An evolutionary-neurodevelopment theory. Development and Psychopathology, 23, 7-28. DOI:10.1017/S0954579410000611

Ellis, B.J., Jackson, J.J., & Boyce W.T. (2006). The stress response systems: Universality and adaptive individual differences. Developmental Review, 26, 175-212. DOI:10.1016/j.dr.2006.02.004

Evans, D.E., & Rothbart, M.K. (2007). Developing a model for adult temperament. Journal of Research in Personality, 41, 868-888. DOI:10.1016/j.jrp.2006.11.002

Evans, D.E., & Rothbart, M.K. (2008). Temperamental sensitivity: Two constructs or one? Personality and Individual Differences, 44, 108-118. DOI:10.1016/j.paid.2007.07.016

Evers, A., Rasche, J., & Schabracq, M. J. (2008). High sensory-processing sensitivity at work. International Journal of Stress Management, 15, 189-198.

Hofman, S. G., & Bitran, S. (2007). Sensory-processing sensitivity in social anxiety disorder: Relationship to harm avoidance and diagnostic subtypes. Journal of Anxiety Disorders, 21, 944-954.

Jagiellowicz, J., Xu, X., Aron, A., Aron, E.N., Cao, G., Feng, T. & Weng, X. (2010). The trait of sensory processing sensitivity and neural responses to changes in visual scenes. Social Cognitive and Affective Neuroscience.

Jerome, E. M., & Liss, M. (2005). Relationships between sensory processing style, adult attachment, and coping. Personality and Individual Differences, 1341-1352.

Liss, M., Mailloux, J., & Erchull, M. J. (2008). The relationships between sensory processing sensitivity, alexithymia, autism, depression, and anxiety. Personality and Individual Differences, 45, 255-259.

Liss, M., Timmel, L., Baxley, K., & Killingsworth, P. (2005). Sensory processing sensitivity and its relation to parental bonding, anxiety, and depression. Personality and Individual Differences, 39, 1429-1439.

Liss, M., Timmel, L., Baxley, K., & Killingsworth, P. (2005). Sensory processing sensitivity and its relation to parental bonding, anxiety, and depression. Personality and Individual Differences, 39, 1429-1439.

Meyer, B. J., Ajchenbrenner, M., & Bowles, D. P. (2005). Sensory sensitiviy, attachment experiences, and rejection responses among adults with borderline and avoidant features. Journal of Personality Disorders, 19, 641-658.

Meyer, B. J., & Carver, C.S. (2000). Negative childhood accounts, sensitivity, and pessimism: A study of avoidant personality disorder features in college students. Journal of Personality Disorders, 14, 233-248.

Murphy, N.A., & Hall, J.A. (2011). Intelligence and interpersonal sensitivity: A meta-analysis. Intelligence, 39, 54-63. DOI:10.1016/j.intell.2010.10.001

Neal, J. A., Edelmann, R. J., & Glachan, M. (2002). Behavioural inhibition and symptoms of anxiety and depression: Is there a specific relationship with social phobia? British Journal of Clinical Psychology, 41, 361-374.

Pluess, M., & Belsky, J. (2009a). Differential susceptibility to parenting and quality child care. Developmental Psychology, 46, 379-390*. DOI:10.1037/a0015203

Pluess, M., & Belsky, J. (2009b). Differential su sceptibility to rearing experience: the case of childcare. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 50, 396-404. DOI:10.1111/j.1469-7610.2008.01992.x

Pluess, M., & Belsky, J. (2010). Children’s differential susceptibility to effects of parenting. Family Science, 1, 13-24. DOI: 10.1080/19424620903388554

Smolewska, K. A., McCabe, S. B., & Woody, E. Z. (2006). A psychometric evaluation of the highly sensitive person scale: The components of sensory-processing sensitivity and their relation to the BIS/BAS and “Big five”. Personality and Individual Differences, 40, 1269-1279.

Wolf, M., van Doorn, G. S., & Weissing, F. J. (2008). Evolutionary emergence of responsive and unresponsive personalities. Proceedings of the National Academy of Sciences, 105, 15825-15830.

Informatieve boeken
Aron, E. N. (1997).The highly sensitive person. How to thrive when the world overwhelms you. New York: Broadway Books.

Aron, E. N. (2002). Hoog sensitieve personen. Hoe blijf je overeind als de wereld je overweldigt? Amsterdam: Archipel. (Nederlandse vertaling van The highly sensitive person)

Aron, E. N. (1999). The highly sensitive person’s workbook. New York: Broadway Books.

Aron, E. N. (2001). The highly sensitive person in love. Understanding and managing relationships when the world overwhelms you. New York: Broadway Books.

Aron, E. N. (2003). Hoog sensitieve personen in de liefde. Hoe ga je om met relaties als de wereld je overweldigt. Amsterdam: Archipel (Nederlandse vertaling van The highly sensitive person in love)

Aron, E. N. (2002). The highly sensitive child: Helping our children thrive when the world overwhelms them. New York: Broadway Books.

Aron, E. N. (2004). Het hoog sensitieve kind. Help je kinderen op te groeien in een wereld die hen overweldigt. Amsterdam: Archipel. (Nederlandse vertaling van The highly sensitive child).

Beuken, M. van de (2002). Hooggevoeligheid als uitdaging. Deventer: Ankh-Hermes.

Beuken, M. van de (2003). Hooggevoeligheid als levenskunst. Deventer: Ankh-Hermes.

Beuken, M. van de (2005). Hooggevoeligheid als kracht. Deventer: Ankh-Hermes.

Bont, C. (2005). Hoogsensitiviteit als kracht. Werken met je intuïtie. Utrecht: Kosmos.

Jaeger, B. (2006). Blijf je werk de baas voor hoog sensitieve personen. Schiedam: Uitgeverij Scriptum

Marletta-Hart, S. (2003). Leven met hooggevoeligheid. Van opgave naar gave. Baarn: Ten Have.

Marletta-Hart, S. (2006). Gids voor hooggevoeligen. Baarn: Ten Have.

Marletta-Hart, S. (2006). Voluit leven met hooggevoeligheid. Strategieën voor overleven. Baarn: Ten Have.

Mesich, K. (2000). The sensitive person’s survival guide. An alternative health answer tot emotional sensitivity and depression. Minneapolis, MN: Ansuz Press.

Mesich, K. (2005). Overlevingsgids voor hooggevoeligen. Kampen: Ten Have. (Nederlandse vertaling van The sensitive person’s survival guide).

Muisert-van Blitterswijk, C. (2004). Ieder kind in z’n eigen kracht. Gedrag en intuïtief bewustzijn. Deventer: Ankh-Hermes bv.

Nieuwenbroek, S. (2006). Hoogsensitieve leerlingen. Esch: Quirijn.

Pfeifer, S. (2004). Hooggevoelige mensen. Leven tussen gave en kwetsbaarheid. Heerenveen: Uitgeverij Jongbloed.

Zeff, T. (2004). The highly sensitive person’s survival guide. Oakland, CA: New Harbinger Publications, Inc.

Zeff, T. (2005). Overlevingsgids voor Hoog Sensitieve Personen. Haarlem: Altamira-Becht.

Scripties (universitair en HBO)
Umans, E. (2011). Hoogsentieve kinderen met ontwikkelingspotentieel signaleren & ondersteunen. Afstudeerproject HBO Psychologie. Saxion Hogescholen.

Umans, E. (2010). Eigenschappen van hoogsensitieve personen en relatie tot ontwikkelingspotentieel. Afstudeerscriptie HBO Psychologie. Saxion Hogescholen.

de Jong, B. (2010). Temperatment of stoornis? Hoogsensitiviteit in relatie tot AD(H)D en PDD-NOS. Masterscriptie Psychologie en Geestelijke Gezondheid. Universiteit van Tilburg.

Vloedgraven, L. (2010). Hoogsensitiviteit bij kinderen in het speciaal (basis)onderwijs. Masterscriptie Orthopedagogiek, Radboud Universiteit Nijmegen.

Gortemaker, G. (2009). Hoogsensitiviteit bij kinderen in het speciaal (basis)onderwijs. Masterscriptie Orthopedagogiek, Radboud Universiteit Nijmegen.

Lubben, S. van der (2008). Hoogsensitieve kinderen op de basisschool: verminderen van overprikkeling. Bachelorscriptie Pedagogiek, Hogeschool INHolland Amsterdam.

Noordenne, B. van & Vries, J. de (2009). “Een gevoelige beleving…”. Masterscriptie Ecologische Pedagogiek, Hogeschool Utrecht.

Puma, E. (2005). In hoeverre is hooggevoeligheid een adequaat concept voor orthopedagogisch diagnostiek? Masterscriptie Orthopedagogiek, Rijksuniversiteit Groningen.

Schmidt, E. (2007). De stille kracht in de klas. Een pleidooi voor bijscholing in hoogsensitiviteit. Masterscriptie Zorgleerlingen in het onderwijs, Hogeschool Windesheim Zwolle.

Slaats Baeten, E. (2007). Schoolbeleving en ervaren gezondheidsklachten van hoogsensitieve leerlingen. Masterscriptie Psychologie, Open Universiteit Nederlands.

Vendel, M. van de (2006). De verbetering van de reïntegratie van hoog sensitieve personen. Bachelorscriptie Personeel en Arbeid, Hanzehogeschool, Groningen.

Walda, S. (2007). Hoogsensitiviteit bij kinderen in het basisonderwijs. Masterscriptie Orthopedagogiek, Radboud Universiteit Nijmegen.

Informatie
Bosman, A. M. T. (2007). Boekbespreking “Hoogsensitieve leerlingen” door S. Nieuwenbroek. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 46, 245-248.

Bosman, A. M. T. (2007). Wat is er aan de hand met dit kind? Nieuwsbrief VHN, 3, 3e kwartaal, 4-5.

Lubben, S. van der (in druk). Hoogsensitieve kinderen en overprikkeling. Juf, mag het geluid van de klas wat zachter?

Veen, G. van der (2006). Hoogsensitieve kinderen in het basisonderwijs. Steenwijk: LiHSK.

Elaine Aron - grondlegster van hoog sensitiviteit - beantwoordt 10 vragen

Elaine Aron. Psycholoog en grondlegster van hoogsensitiviteit. Begrijp hoog gevoeligheid.Interview met Elaine Aron – ‘grondlegster’ van hoog sensitiviteit

Gepubliceerd: 22 januari 2011 | Bron: hooggevoelig.nl
Elaine Aron is de grondlegster van het begrip HSP: Highly Sensitive Person. Zij is universitair docent psychologie en psychotherapeute in Amerika. Een aantal bezoekers heeft ter gelegenheid van een HSP-congres de mogelijkheid gehad om een vraag aan Elaine Aron te stellen. Van alle vragen die gesteld zijn, zijn er tien geselecteerd en door Elaine persoonlijk beantwoord.

Hieronder staan de vragen van de bezoekers en het antwoord dat Elaine Aron op deze vragen gaf.

Vraag 1. Welke dingen zullen veranderen in ons huidige Westerse samenleving als alle HSP’ers zouden afweten van hun gevoeligheid vanaf een erg jonge leeftijd en als ze alle mogelijkheid wordt geboden om hun eigenschap lief te hebben en te ontwikkelen?

Elaine Aron: “Dit is een “idyllische” vraag, en ik zal proberen realistisch te zijn, ik zal proberen een antwoord te geven. In feite denk ik dat erg weinig kinderen behandeld zullen worden op de geweldige manier die hierboven beschreven staat, tenzij de opvoeding van alle kinderen verbetert. Onze maatschappij is zo’n puinhoop, naar mijn mening, doordat er in het algemeen slecht opgevoed wordt (om een voorbeeld te geven: welke andere soort, of welke andere eerdere menselijke cultuur, liet hun kinderen alleen in het donker? Of liet hun kinderen zichzelf in slaap huilen?) Deze slechte opvoeding is niet gemakkelijk te veranderen door betere training, ondanks dat dat wel zou helpen. Het grootste probleem is, denk ik, dat zoveel mensen (ongeveer 50%) een moeilijke jeugd heeft gehad, en de gevolgen van zo’n jeugd worden doorgegeven van generatie op generatie.Als HSP’ers toch die grootse mogelijkheid zouden krijgen en hun eigenschap zouden liefhebben en ontwikkelen vanaf een erg jonge leeftijd, en als dit niet door hun ouders gestimuleerd wordt dan door verstandige leraren. Dan denk ik dat de situatie kan veranderen die ik net beschreven heb. HSP’ers zijn er op gemaakt om zichzelf en andere psychisch te helen- zij kunnen hun innerlijke gevoelsleven uitdiepen en de subtiele signalen van het gevoelsleven van anderen aflezen. Deze waardevolle eigenschap is essentieel voor een goede opvoeding en een goede heling voor jezelf en anderen.

Ouders die zijn opgevoed vanuit het idee dat zij hun sensitiviteit mogen waarderen en ontwikkelen zullen hier nog meer voordelen van hebben. Als zij overtuigd zijn van de waarde van hun eigenschap, zullen zij het eerder zeggen als zij aanvoelen dat er een slechte beslissing genomen wordt en mogelijk een beter alternatief bieden of aan iedereen vragen langer over de beslissing na te denken. HSP’ers nemen meestal goede beslissingen, alleen zijn ze er langzamer in. Ze houden ervan elk aspect van een probleem tegen het licht te houden, voordat ze tot actie overgaan. Dit zal duidelijk zorgen voor betere keuzes overal in de maatschappij. Maar HSP’ers moeten (zelf)vertrouwen hebben om weerstand te bieden tegen diegenen die altijd zo zeker van zichzelf het foute antwoord geven (die mensen doen dat, doordat ze impulsiever zijn en een meer uitgesproken mening hebben).”

Vraag 2: Wat zou je aanbevelen voor mensen die met HSP-ers willen werken? Wat denk je dat het meest belangrijke is om op te letten, je bewust van te zijn?

Elaine Aron: “Deze vraag impliceert problemen met communicatie en het belangrijkste met HSP-ers is dat je vriendelijk/rustig met hun communiceert. HSP-ers kunnen niet helder denken als ze gespannen/geprikkeld zijn en natuurlijk wil je dat ze helder denken. Hou het volume laag in alle zinnen en praat rustig, wees oprecht/eerlijk en zend geen verschillende signalen uit, gebruik hints of indirecte aanduidingen in plaats van communicatie dat klinkt als commanderen of dreigen. “Ik denk dat dit project nog iets meer moet hebben, wat denk jij?” Niet. “Dit project gaat mislukken als je niet snel wat doet.”Vergeet het maar om een lijst met argumenten aan te dragen als een HSP-er gespannen is door een onderliggende toon waaruit blijkt dat er iets aan de hand is. Vermijd helemaal overprikkeling dat begint met, “We hebben hier een serieus probleem.” Of “Je baan staat op het spel.” Of “Wil je eerst het goede of eerst het slechte nieuws?”Als ze een fout hebben gemaakt en ze weten het hoef je niks meer te zeggen, behalve misschien iets om hun schuldgevoel te verminderen. Als je ze over een fout moet vertellen, zorg dan dat ze de fout niet op hun hele persoon betrekken (“Ik ben niks waard, ik doe nooit wat goed.”) door zeven dingen te vertellen die je goed vind aan hun en aan hun werk! Dit werkt prachtig bij iedereen, je vermijd zo verdedigende reacties, maar is nog belangrijker bij HSP-ers. Met iedereen, als je gedrag wilt veranderen, kan je vertellen wat je het best/mooist vind en dat je daar meer van wilt. Gebruik hardere/directere woorden alleen als je denkt dat je hun aandacht nog niet hebt. Je leert alleen als je een optimaal niveau van prikkeling hebt, niet te gestresst en niet te verveeld. Voor HSP-ers is dat optimale niveau makkelijk te verpesten met woorden.”

Vraag 3. Denkt u dat de persoonlijkheidsstoornis Borderline in verband staat met HSP? Ik heb gehoord dat er in beide gevallen een tekort is aan Serotonine, wat angstgevoelens zou kunnen veroorzaken.

Elaine Aron: Een laag serotonine-peil kan vele problemen veroorzaken: angst, depressie, irritatie en gewelddadig gedrag. Het heeft minstens 16 functies in de hersenen. De serotonine-voorraad van HSP’s raakt waarschijnlijk op telkens wanneer ze overprikkeld, gestressed, moe raken of veel informatie tegelijkertijd moeten verwerken zonder rustpauze. Een pauze brengt hen gewoonlijk tot het normale peil.

Een chronisch laag serotonine-peil is typisch voor diegenen die een chronisch gestressed leven hebben, vooral tijdens de jeugd, wanneer we leren onze gemoedstoestand te hanteren. Allereerst hanteren onze ouders die voor ons, ons troostend als we van streek zijn, en vervolgens leren we dit voor onszelf te doen. Zonder deze hulp tijdens onze vroege jeugd, kunnen we gemakkelijk overweldigd worden en ofwel onze emoties binnenhouden (depressief, angstig, beschaamd) of ze naar buiten brengen (boos zijn, veeleisend, zelfdestructief).

Uit mijn onderzoek blijkt, dat het duidelijk is dat HSP’s meer beschadigd zijn door een slechte jeugd. Ze komen er slechter vanaf dan niet-HSP’s wanneer ze falende ouders hadden en/of een zeer stress-volle schoolsituatie, veel gepest wordend en zonder vrienden. Met een goed ‘thuis’ en een goed schoolleven hebben ze niet meer negatieve emoties dan non-HSP’s.

Vraag 4. Stel je voor dat een HSP een slechte jeugd heeft gehad. Is het dan waarschijnlijk dat ze een borderline persoonlijkheidsstoornis krijgen?

Elaine Aron: “Het ligt eraan wat je onder ‘borderline’ verstaat. HSP’s hebben de neiging ‘binnenvetters’ te zijn van hun negatieve emoties. Ze hebben ook de neiging zich depressief te voelen, angstig, hopeloos en schaamtegevoelens te hebben. Borderliners worden eerder gezien als ‘extraverte’ mensen die woedend kunnen worden, manipuleren, met zelfmoord dreigen, de mensen stalken aan wie zij gehecht raken, hysterisch worden als ze denken verlaten te gaan worden enz. Het is niet hun schuld. Ze zijn eenvoudigweg wanhopig. Hoe dan ook, HSP’s gedragen zich zelden op deze manier omdat ze zo attent zijn voor anderen.

Maar wat meer het basisprobleem is van Borderline persoonlijkheidsstoornissen, is de moeilijkheid zijn eigen emoties te beheersen, en dit is een algemeen probleem voor HSP’s, die zo veel voelen. Vaak hadden de ‘borderliners’ in deze betekenis (HSP of niet) een ouder die emotioneel onbeheerst tegen ze tekeer ging, hopeloos depressief was, of hysterisch treurend. Als volwassenen zijn ze bang alleen te zijn omdat ze hun negatieve gevoelens niet alleen in bedwang kunnen houden. Ze voelen zich leeg van binnen, omdat ze geen andere ‘goede persoonlijkheden’ in zich hebben opgenomen, ze willen wanhopig graag anderen in hun leven, vooral iemand die ze de liefde zou kunnen geven die ze zo nodig hebben. Maar als snel willen ze van de ander af omdat ze altijd slecht voor hen blijken te zijn, niet goed. En anderen zijn echt slecht en afgewezen omdat deze beschadigde zielen zo moeilijk in de omgang zijn. Of ze nou intravert of extravert zijn, ze zijn moeilijk. Dit creëert een ‘self-fulfilling’, vicieuze cirkel. Hun gebrek aan cotrole over hun gevoelens en schaamte hierover maakt hen veeleisend en niet echt in staat om te geven om andere mensen, wat ertoe leidt dat anderen hen niet mogen. Het maakt dat ze zich nog waardelozer voelen, beschaamd en onhandelbaar.

Meestal schamen ze zich zo, voelen ze zich zo slecht over zichzelf, dat ze niet geconfronteerd willen worden met dat gevoel. Ze proberen anderen de schuld te geven of ze scheiden zich af, in een soort trance terechtkomend als de situatie moeilijk wordt. Of ze dienen zichzelf medicatie toe met behulp van alcohol of drugs, werken constant, winkelen, gokken, of doen wat dan ook om de confrontatie te ontwijken met hoe slecht ze zich werkelijk voelen. Als ze proberen een hechte relatie aan te gaan die ze nodig hebben, is het ‘deep-down’ allemaal met het doel zich minder beschaamd te voelen, beter gemogen door anderen en door zichzelf. Ze hebben het nodig de ander te imponeren of te vleien opdat die zich over hem gaat onfermen. De andere persoon zal merken/voelen dat hij gebruikt wordt en alweer: Afkeer en respectverlies voor deze gekwelde persoon. Het is duidelijk dat dit soort problemen ook een HSP kan overkomen.

Als je echter denkt dat ik jou net heb beschreven, relax. Iedereen heeft een ‘borderline-kant’ in zich die zich soms waardeloos voelt, leeg, makkelijk overweldigd door negatieve emoties, en wanhopig op zoek naar liefde. HSP’s hebben dit waarschijnlijk meer dan de meesten omdat er vaak voor wordt gezorgd dat ze zich moeten schamen voor hun kern-persoonlijkheid, hun gevoeligheid. Maar de meesten onder ons hebben een paar goede vriendschappen en kunnen deze gevoelens in perspectief blijven zien zodat ze ons leven niet overnemen en bederven.

Wees voorzichtig met deze term, ‘borderline’. Het is een erg negatief label wat je aan iemand geeft. Psychiaters en andere dokters hebben de neiging ze als hopeloze gevallen te zien en onruststokers. Trouwens, met voldoende PROFESSIONELE psychotherapie (misschien zoveel als 7 of 8 jaar) gaan zogenaamde borderliners zo goed vooruit dat ze niet langer ‘borderliners’ zijn.”

Vraag 5: Ik heb in uw boek gelezen dat HSP babies veel huilen en dat ze niet goed slapen. Ik huilde niet veel en sliep goed, volgens de test zou ik een HSP kunnen zijn. Dit verwart me.

Elaine Aron: “Ik ben blij dat je niet veel hebt gehuild en dat je goed sliep. Dat klinkt als een goede start voor elk kind, juist voor één die mogelijk hoog sensatief is. Hoog sensatieve kinderen worden erg snel overvoerd van binnenuit of buitenuit. Dat wil zeggen: Ze zijn sneller ‘teleurgesteld’ dan andere kinderen doordat ze bijvoorbeeled, honger of dorst hebben, te heet te koud, te nat, te verrast bij een te hard geluid of eten dat niet vers is etc. Dus wat heeft jou anders gemaakt? Als eerst zijn er andere ersoonlijkheids trekken die we erven. sommige maken het makkelijker voor een kind om zichzelf gerust te stellen. Ten tweede als je ouders onder veel stress hebben gezeten, dan zou je dit mogelijk opgevangen hebben zelfs als een kind, en heb jij je zo goed mogelijk gedragen. Ten derde en de meest waarschijnlijke, als je ouders het aangenaam voor je hebben gemaakt dan heb je nooit een reden gehad om te huilen en slecht te slapen.

Gelukkig hebben veel ouders door dat hun kind hoog sensatief is, of ze het een benaming voor hebben of niet, ze passen hun opvoeding aan het kind aan zodat het voor het kind mogelijk is om rustig te blijven en te rusten. Vaak komen de ouders niet achtet hun kinds hoge sensativiteit totdat het tij is om naar de peuter- of kleuterschool te gaan. waar hun vermogen om aan te passen afhankelijk is van de leraar en de omgeving in de klas.”

Vraag 6. In mijn familie is iedereen HSP (ouders, broer en tweelingzus). Gebeurt dit vaker? Heeft het een speciale benadering nodig, vergeleken met iemand die als enige HSP is in de familie?

Elaine Aron: “Aangezien dit een erfelijke eigenschap is, komt het vaker voor. Voor het grootste gedeelte denk ik dat het makkelijker is in een familie met andere HSP-ers. Je begrijpt elkaar, je gaat akkoord met het niveau van impulsen in het huis en je voelt je allemaal normaler. Ik denk dat problemen kunnen voordoen als de hele familie zich niet normaal voelt, in plaats van zichzelf negatief te vergelijken met anderen. Kinderen in een dergelijke familie zouden problemen kunnen ervaren met aanpassen aan niet HSP-ers wanneer ze er op een latere leeftijd meer mee te maken krijgen. Maar ik denk dat het vooral een voordeel is. Elke HSP-er zou natuurlijk nog steeds uniek zijn. Vaak speelt de een de chello en de ander de viool, of de een is een dichter en de ander een wetenschapper! De een is erg spiritueel en een ander een atheist of existentialist. Maar ze zijn allemaal sensatief.”

Vraag 7. Wordt iemand als HSP geboren of kun je het later ‘krijgen’?

Elaine Aron: “Waar ik het over heb, wat mijn definitie ervan is, is dat het aangeboren is. Natuurlijk kan iedereen zich tijdelijk hooggevoelig voelen als je ze gedurende een maand alleen in een berghutje achterlaat en ze vervolgens in de grote stad neerzet. Of als ze te maken hebben gehad met grote spanning, wat hen een ‘post-traumatische angststoornis’ kan opleveren. Eén van de symptomen van deze stoornis is het super-alert, gemakkelijk geschrokken en van streek te zijn. Maar deze gevoelens zijn vaak sterker en worden getriggerd als men herinnerd wordt aan het trauma. HSP’s zijn in het algemeen kalm en hun gevoeligheid betreft alles, niet alleen een bepaald soort prikkels.”

Vraag 8. Hoe kan een HSP ouder omgaan met de geluiden die een HSP-kind maakt? Onze dochter reageert haar frustraties op ons af (haar twee ouders en twee zussen). Waarschijnlijk komt dit door alle prikkels die ze op een dag krijgt. Kunt u ons helpen?

Elain Aron:

“1. Zorg voor wat hulp voor jezelf en wat tijd weg van haar. Dit is een veeleisend kind.
2. Wees blij dat ze haar gevoelens kan uiten met jou in de buurt in plaats van het op te kroppen.
3. Als ze ouder wordt (je noemde haar leeftijd niet) kun je beetje bij beetje wat meer zelfbeheersing van haar vragen. Laat haar niet zo’n tiran zijn dat niemand meer met haar wil omgaan. Maar sommige kinderen vinden zelfbeheersing veel moeilijker, dus dit kan wat geduldige herhaling vergen.
4. Doe wat je kunt om de prikkels te verminderen. Als ze thuiskomt, ontvang haar dan met iets lekkers, laat haar ontspannen door tegen jou te praten, en stel dan voor dat ze wat uitrust. Plan niet allemaal activiteiten voor haar, vooral na school. Hou een routine aan zodat ze niet verrast wordt door plotselinge veranderingen. Waarschuw haar vooraf als er een verandering in de routine gaat plaatsvinden.
5. Praat met haar schoolmeester. Gedraagt ze zich daar ook slecht of alleen thuis? Als het alleen thuis is, verman je dan, accepteer het. Zoniet, dan zul je haar moeten helpen zich beter te gedragen opdat ze niet uit de groep wordt gestoten.
6. Probeer kalm te blijven in haar aanwezigheid. Ze zal uiteindelijk leren jou na te doen.
20% zou HSP moeten zijn. Ik ken amper een HSP-er. Waaraan word dit getal ontleend? Varieert dit in de tijd (word het meer of minder)?

Het is berekend bij anderen, kijkend naar het percentage van kinderen die geboren worden als hoog “reactief” als mede door mijzelf kijkend naar de percentages in de populatie, bij studenten en bij op willekeurige volgorde telefonisch onderzoek. Dit percentage van individuen die een complexere zenuwstelsel hebben en die liever observeren voordat ze handelen vind je ook onder vele dieren soorten.

De meeste HSP-ers leren zich enorm goed aan te passen aan de eisen van hun omgeving. Zekers als een maatschappij sensativiteit niet stimuleert, het kan zelfs zijn dat ze er niet van gehoord hebben. Vaak zeggen mensen dat ze wisten dat ze anders waren, maar dat ze er geen benaming voor hadden totdat ze mijn boek hadden gelezen. Ook zij dachten dat er weinig anderen zoals hun waren. Mensen die rustig en observerend zijn kunnen vanalles of niets lijken totdat je ze hun vraagt over hun innerlijke leven. De meeste mensen durven andere niet te vragen over dergelijke dingen.

Nu echter kun je zelf door gaan krijgen wie wel en wie niet HSP is of waar HSP-ers heen gaan om ze te ontmoeten. Het is voor HSP-ers goed om minimaal 1 HSP vriend te hebben.”

Vraag 9. Hoe kan een HSP zich op zijn gemak voelen in grote groepen, terwijl het enige is dat hij/zij wil is ergens wegkruipen?

Elaine Aron: ” Ik neem aan dat er geen enkele kans is dat zo’n persoon zich ooit echt op zijn gemak zal voelen. Dus wat denk je van “Hoe kan een HSP het verdragen in een grote groep te zijn?
1. Blijf niet lang.
2. Probeer in een groep te zijn wanneer je je goed voelt over jezelf en over het geheel genomen in de stemming bent om met veel anderen te zijn, of probeer jezelf in zo’n stemming te brengen.
3. Ga met iemand die je op je gemak stelt en vraag of je alsjeblieft bij elkaar kan blijven.
4. Spreek degene aan die je het beste kent.
5. Spreek iemand aan die er ellendig uitziet. Misschien ontmoet je zo een andere HSP en heb je een goed, diepgaand gesprek.
6. Weet waar je voor gaat en zoek uit hoe je dit doel kunt bereiken. Bijvoorbeeld, als je naar een bruiloft gaat omdat je echt geeft om degene die trouwen, probeer dan persoonlijk met hen te praten. Daarna kun je misschien weg. Als je nieuwe vrienden wil maken, richt je dan daar op.
7. Stel jezelf voor wat je kunt doen om het te laten slagen. Bedenk wat interessante onderwerpen voor gesprek bijvoorbeeld. Stel anderen vragen over zichzelf.
8. Wees beleefd en gedraag je zo normaal als je kunt, praat wel wat, maar niet teveel. dit voorkomt dat anderen teveel op je letten. Als je erg stil en teruggetrokken bent, valt dat anderen meer op.”

Vraag 10. Ik vind het heerlijk om een HSP-er te zijn, maar ik vind het lastig om een evenwicht te vinden tussen mezelf aanpassen aan de maatschappij en zijn wat ik ben: Hoe stop ik ermee mezelf aan te passen?

Elaine Aron: “Waarschijnlijk kun je en zou je ook niet helemaal moeten stoppen met je aanpassen. Probeer het beide te doen. Speel een rol voor de buitenwereld of heb een sociaal masker of façade dat je kunt gebruiken als camouflage, scherm of bescherming. En wees hierachter jezelf. Als deze twee botsen, probeer dan je authentieke zelf te zijn, maar vriendelijk en voorzichtig. Kies je gevechten. Overdenk wat anderen tevreden zou stellen en wat niet. Als je hen niet tevreden kunt stellen, ongeacht wat je doet, doe dan ook geen moeite en stel voor jezelf vast wat hiervan voor jezelf de consequenties zijn. Als je ze makkelijk een plezier kunt doen, is het misschien net zo makkelijk dat te doen.

Gelukkig, je vraag maakt duidelijk dat het gevoel hebt dat je weet wie je bent. Dat is altijd het moeilijkste gedeelte. Als je dat eenmaal weet, lost het probleem zich vanzelf op zodat je je kunt bewegen en jezelf kunt blijven, ongeacht de mensen om je heen.

Het is natuurlijk altijd eenvoudiger jezelf te zijn als je je onder gelijkgestemden bevind. De beste manier om onszelf te blijven is vaak om zorgvuldig te bepalen met wie we omgaan aangezien dat vaak erg bepalend zal zijn voor hoe we denken, ons voelen en gedragen. Het is erg moeilijk sociale druk te weerstaan aangezien we sociale dieren zijn. Gevoelens zijn besmettelijk; sociale druk is groot. Als we radicaal verschillen van de anderen in een groep in houding of handelen, zullen er subtiele of niet zo subtiele eisen zijn dat we ons aanpassen. Dit is in het bijzonder een goed moment om een masker te hebben, waarachter je kunt denken wat je wilt. Vaak is een ander mens die er hetzelfde over denkt als jij al voldoende om overeind te blijven. Maar sociale druk kan zelfs je gedachtepatroon veranderen, dus blijf je bewust en wees standvastig, of kijk uit naar een andere groep (mensen).”

Nieuws

In mei start de 5 daagse Training ‘Coach Eigentijdse Kinderen’ weer!
“Een verrijking! Ontzettend leerzaam: veel nieuwe ‘inkijkhoeken’ met concrete tools, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, alsmede de ervaring en expertise van jou.” 

Ebook. Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang dit gratis eBook: 'Wat je zéker moet weten over hoog sensitieve kinderen'

Gratis nieuwsbrief & eBook

Meld je hier aan voor de nieuwsbrief en ontvang dit gratis eBook!
De nieuwsbrief met tips en achtergrondartikelen over hoog gevoelige kinderen wordt ongeveer één keer per (anderhalve) maand verzonden. Daarnaast ontvang je bij aanmelding ook het gratis eBook ‘Wat je zéker moet weten over hoog sensitieve kinderen’.

12 + 2 =

Contactgegevens. Heb je vragen over je gevoelige kind? Bel of mail me dan!


E-mail
: info@eigentijdsekinderen.nl                  Telefoon: 06-51048476